Namenlijst Joodse begraafplaats Diepenheim

De joodse begraafplaats bevindt zich buiten het dorp aan het riviertje de Regge. De dodenakker ligt hier sinds 1857. Er zijn nog achttien grafstenen aanwezig aan de Hazendammerweg.

 

In de 18de eeuw woonden in Diepenheim slechts enkele Joodse families. In het midden van de 19de eeuw was er echter al sprake van een hechte Joodse gemeenschap. Op 25 september 1857 werd toestemming gegeven tot de bouw van een Israëlitische kerk. Deze synagoge stond in de Middenstraat, daar waar nu een kunstgalerie is gevestigd. Het gebouw is slechts 20 jaar in gebruik geweest, raakte in verval en is in de beginjaren 1900 weer afgebroken. Waren er in het midden van de 19de eeuw nog ongeveer 30 Joden in Diepenheim, begin 20ste eeuw was dat aantal teruggelopen tot hooguit tien. Sinds 1857 telde Diepenheim ook een joodse begraafplaats. Ver buiten het stadje, want op een Joodse begraafplaats geldt eeuwige grafrust. Het laatste van de achttien graven dateert van 1939.

De Tweede Wereldoorlog maakte een wreed einde aan de Joodse gemeenschap van Diepenheim. Zonder enige vorm van protest van het hele gemeentelijke apparaat werd op 4 maart 1941 een lijst met twaalf Joodse medeburgers ingestuurd en ondertekend door de burgemeester J. Eijken Sluijters. Ze werden geregistreerd en kregen een stempel met een "J" in hun persoonsbewijs. De Diepenheimse Joden, vader Abraham Herschel (59), zijn zoons Nico (32) en Herman (24) en de broers Gerard (34) en Alex (33) Polak zijn in het werkkamp Nunspeet terechtgekomen. Op 9 september 1942 kreeg Berent Bittink, als secretaris van de Harmonie, van de drie Herschels nog een kaart toegestuurd. Abraham stierf in oktober 1942 in Auschwitz, het vernietigingskamp waar enkele maanden later ook zijn zoons en de slagersjongens Alex en Gerard Polak zijn gestorven.

Alfabetisch